
Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad
Artikel 22
1
Het bestuur stelt de begroting en de rekening van de Raad vast met betrekking tot de in artikel 3, onder a, genoemde wetten, de taken, bedoeld in artikel 3, onder b, en deze wet.
2
Tegelijk met de begroting stelt het bestuur een meerjarenraming vast waarin voor de komende vier jaar ten aanzien van de in artikel 3, onder a, genoemde wetten, de taken, bedoeld in artikel 3, onder b, en deze wet de daarmee gemoeide kosten worden aangegeven.
3
De begroting en meerjarenraming worden ingediend voor 1 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
4
De begroting en meerjarenraming behoeven de goedkeuring van Onze minister.
5
Het boekjaar van de Raad loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.